Geschiedenis huisje

U zult zich waarschijnlijk afvragen, waar komt de naam “Barber Lieuwen” nu eigenlijk vandaan, hieronder daarom kort de geschiedenis van het huisje, en hieruit volgt de verklaring voor de gekozen naam.

Tijdens de verbouwingen van het huisje (voor de totale renovatie)kwamen er een aantal zaken aan het licht die de nieuwsgierigheid van de nieuwe eigenaar naar de vorige bewoonster, Barber Lieuwen, en haar familie wekten. Zo hoorden wij via overlevering vertellen, dat verschillende leden van de familie Lieuwen op zee gebleven zijn.
Er werd o.a. een prent van de “Titanic” in het huis gevonden.
Hieronder een aanvulling op ons onderzoekje.

Over het huisje en Jan Dirks Lieuwen, de filosoof

Onderstaande tekst is grotendeels overgenomen uit:

“Schylge myn Lantse”, Tijdschrift over de Terschellinger cultuurhistorie;
Jaargang 12 – nr. 2 – April 1991.

Op 4 juli van het jaar 1841 werd in Formerum, in het huis Oost 36 (nu de schuur “Lombok” van Jaap Bos) Jan Lieuwen geboren als zoon van Dirk Lieuwen en Neeke Bakker. Dirk Lieuwen was timmerman en Jan, die bij het vorderen der jaren Jan Dirksen genoemd werd, kwam bij zijn vader in de leer en ontwikkelde zich tot een kundig vakman.

Jan Dirksen trouwde met Japke Roos, een boerendochter uit Hoorn op 20 juli 1865. En zoals in die tijd normaal, werd hun eerste dochter al op 11 september van hetzelfde jaar geboren. In totaal werden er twaalf kinderen geboren ! Het jonge gezin Lieuwen zwierf de eerste jaren wat om Oost; in 1865 woonden ze in Hoorn, 1867 in Formerum, 1870 in Lies, om op 1873 definitief domicilie te kiezen in het nieuw gebouwde huis, nu Hoorn 103.

Jan Dirksen drukte in zijn tijd een stempel op de Ooster samenleving. Zo is hij jaren ouderling van de Ned. Herv. kerk, oprichter en eerste voorzitter van de School met den Bijbel geweest. En samen met dominee Wumkes legde hij de basis voor een “Christelijke Politieke Groepering Terschelling” (grondlegger van het huidige CDA Terschelling). Hij was een man die veel over de dingen nadacht en ze dan in dichtvorm op papier zette. Dit gebeurde weliswaar met veel omhaal van woorden, maar dat was gebruikelijk in die tijd. Van zijn hand zijn o.a. bewaard gebleven: de fabel uit 1883. Deze is 174 regels lang. Cees Roggen heeft een deel ervan gepubliceerd in “Om Aast”. Verder kennen we “Gedichten en gedachten op de toren van West-Terschelling”, een gedicht van 82×8 regels en ook het clublied van de Terschellinger schapenhouders is van Jan Dirksen. In “Us eigen taal”, een Fries periodiek werd ook werk van zijn hand gepubliceerd. Een goede ouderling heeft een open oor tijdens de preek; Jan Dirksen had de gewoonte om de preek van zondag ‘s maandags bij de dominee te bezorgen; “op rijm” ! Hij was een bijzondere man. Hij werd ook als zodanig herkend en erkend, zijn bijnaam was “de filosoof”.

Als timmerman en aannemer bouwde Jan Dirksen o.a. het “Ons Huis” en de voormalige christelijke school in Hoorn. zijn grote vakkennis was spreekwoordelijk, via overlevering weten we het volgende: Toen de kerkvoogden van Hoorn besloten haden een verenigingsgebouw te laten zetten, kreeg Jan Lieuwen de opdracht om naar het voorbeeld van het Ons Huis op West te bouwen. Jan kuierde op een dag naar West, liep eens door het Ons Huis, bekeek het van alle kanten en sprak: “ik ha et sien”, alzo werd het gebouwd….

Een gezin met zoveel kinderen was een bezwaarlijke huishouding en Jan en Jap zullen hun zorgen wel gekend hebben. Drie kinderen overleden jong, terwijl twee zonen als zeeman hun graf in de golven vonden. Dirk verdronk, 23 jaar oud, bij Californië en Pieter, hij voer als kwartiermeester op de Hollandia, raakte bij het verven van de statietrap te water. In de Rio de Plata vond hij een zeemansgraf, nog geen 28 jaar oud.
Hun zoon Jacob werd als 13-jarige jongen verpleegd in het Binnengasthuis te Amsterdam. Hij trouwde later met Neeke Stada.
Japke en Neeke vestigden zich ook in de stad.
Neeke trouwde met Abraham van Hal, zij kwamen in de twintiger jaren weer naar Terschelling en vestigden zich later bij oom Piet en tante Barber in de Kathoek van Lies.

Barber bleef bij haar moeder na het overlijden van vader Jan in 1905. En toen in 1914 Pieter verdronk bleven ze brodeloos achter. Barber begon een winkeltje, of liever, ze ging te venten met levensmiddelen.
Na het overlijden van moeder Japke in 1924 bleef ze alleen achter. Barber overleed op 11 december 1948. Het huisje stond hierna leeg en werd in 1952, aan ons (fam. Meijers) verkocht.

Een fabel

Van een “terschellingfanaat” ontvingen wij een 174 regels lange fabel van Jan Dirksen Lieuwen. Bedankt hiervoor! Het komt uit het boekje Om Aast, heel veel Aasters maar dit gedichtje/fabeltje is in het Nederlands.

Nog een verklaring voor een aantal woorden in de fabel: Stephoen = Rus, ijsbeer = Tsaar. De vinken zijn de boeren, nestje = huus, bergen zijn de duinen, de strootsjys zijn de planken, het konijn is de politie, de raaf is de burgermeester en de rogge = Arien Roggen..

Hoe rustig gingen onze dagen
En nachten henen zonder plagen
Men sliep, men zag het vaak gebeuren
Zelfs zonder grendels op de deuren

Ik ga een fabel U verhalen
Maar van een land een tijd verleden
Waar vinken leefden zeer tevreden
En in de bergen school ?t konijn.
De korenaar groeide op de akker
De vinken bouwden hun nestje wakker
Een raaf zou hun beschermheer zijn.
Die zou voor ‘t stephoen hen bewaren
Die woonden daar in grote scharen
In een zeer ontevreden land
Waar zelfs hun vorst, een ijsbeer, beefde

Eens kwamen stephoens aangevlogen
Met strootjes uit hun land getogen
Maar door een stormwind uitgeput
Zo lieten zij de strootjes vallen
In doodsgevaar nabij de wallen.
Dat zag een vinkje uit zijn hut
Zij zijn terstond uit het nest gevlogen
En vreesden zelfs geen doodsgevaar
Schoon dat hun makkers uit die dagen
Reeds op die plaats begraven lagen
Door ‘t reddingswerk, dat is toch waar.
Maar toen de vinken huiswaarts keerden
Zeer koud door hunne natte veeren
Was hun nest gehavend zeer geducht
Door ‘t zelfde noodweer, dat er woedde
Toen moesten zij, die arme bloeden
Op zelfbehoud toch zijn bedacht.
Zij wilden nu de strootjes bergen
En voor zichzelf een deeltje vergen
Opdat hun nestje werd hersteld

Nu had een arme vink een strootje
Geborgen in een modderslootje
Nabij een land, waar rogge stond.
‘t Was rogge, die flink uit de kluiten
Gegroeid was met de halm naar buiten
De aren rezen recht omhoog
Toen hij ‘t ellendig werk aanschouwde
Dat daar ‘t konijn bij dag zelfs brouwde.
De fabel zegt, dat hij voorwaarts toog
Hij sprak ook luide deze woorden,
Zodat zelfs enkele vinken ‘t hoorden:
‘Wie geeft U hier ‘t recht, gij konijn
Om hier de strootjes weg te halen
Gij weet niet, wie ze ging betalen
Moet alles voor het stephoen zijn?’
‘t Konijn sprong bevend over ‘t hekje
Maar had het strootje in zijn bekje
En liep er mee naar ‘t ravennest.

En zegt ge nu mijn beste vrienden
Dat geen moraal hier is te vinden
Dan zal ik u op een andere keer
Van oude tijden niet verhalen
Maar bij onze tijd bepalen
En ik gezegd voor deze keer.

De Verbouwing in 1995

In 1995 is Hoorn 103, “Barber Lieuwen” ,(vernoemd naar Barber)geheel gerenoveerd, dus gesloopt en herbouwd in oude stijl, waarbij het oorspronkelijke karakter is behouden. De Terschellinger aannemer Jaap Bos had de supervisie hierbij. Het resultaat mocht er wezen. Veel oude elementen zijn opgenomen in het nieuwe huis, o.a. tegels en tableaux. De oorspronkelijke vorm is gehandhaafd.

De oude waterput is gerenoveerd en behouden. De oude boomgaard is geleidelijk vernieuwd.

Het huis wordt door ons onderhouden. Dit wil zeggen dat alles in perfecte staat wordt gehouden en suggesties die huurders geven vaak mee worden genomen bij verbeteringen. Zo is er in 1999 een houtkachel geplaatst om een nog gezelligere sfeer te creëren.

Renovatie 2010

Gaandeweg is er waterschade onstaan in de woning, door een geknapte waterleiding. In 2010 is daarom de gehele benedenverdieping, inclusief keuken gerenoveerd.